Vaak zien wij dat honden naast de
brokvoeding ook brood extra krijgen.
Maar wat goed is voor ons is niet altijd
goed voor onze viervoeters. In brood
zitten bepaalde voedingsstoffen waar
honden (en mensen) niet altijd even goed
op reageren. Veel honden kunnen na het
eten van brood daarom last krijgen van
diarreeklachten, winderigheid,
buikrommelen of jeuk. Waar wordt dit nu
door veroorzaakt? Wat zit er dan in
brood?
De grondstoffen en hulpgrondstoffen in
brood kunnen net zo variërend zijn als
het brood zelf. Echter de
hoofdgrondstoffen van brood zijn:
tarwebloem, gist, suiker, zout en water.
Het water wordt nogal eens vervangen
door melkpoeder.
Enkele van deze grondstoffen kunnen
vervelende klachten bij de hond
veroorzaken. In tarwebloem zit
bijvoorbeeld tarwegluten, in melkpoeder
zit lactose. Deze twee stoffen kunnen,
bij honden die daar gevoelig voor zijn,
nare reacties veroorzaken.
Tarwe bevat eiwitten, namelijk
tarwegluten genaamd. Hiervan bestaan
twee typen eiwitten; de Gliadine en
Glutenine. Het eiwit Gliadine is veelal
degene die verantwoordelijk is voor de
allergische reacties. De Gliadines
kunnen een reactie in de darm
veroorzaken en hierdoor de darmwand
aantasten. Voeding wordt niet meer goed
opgenomen met diarree klachten en/of
jeuk als gevolg.
Ook de Lactose (=melksuiker) in het
brood kan diarree veroorzaken. Dit heeft
ermee te maken dat darmen niet meer in
staat zijn om de lactose om te zetten en
te verteren. Daarnaast is Lactose een
voedingsbodem voor bepaalde bacteriën
die gassen vrijmaken (=winderigheid) en
voor buikkrampen kunnen zorgen, vaak met
diarree als gevolg.
Het geven van brood kan dus het risico
op klachten verhogen en een verstoring
in het maagdarmstelsel opleveren. Om
deze redenen adviseren wij honden (en
zeker gevoelige honden) geen brood te
geven. Niet alle honden zullen een
reactie geven, maar dat is van te voren
helaas niet te voorspellen. Daarom, neem
geen risico en geef geen brood en zeker
niet aan die hond die al een gevoelig
maagdarmstelsel heeft.